Deel 1: Het neefje van de tovenaar

Engelse titel: The magican's nephew

In dit boek maak je mee hoe Aslan Narnia maakte. Maar ook hoe het kwade er gelijk al was.
Reis mee met Digory en Polly!

Klik op een van de personen voor meer informatie, of ga naar de personen-index.
Er is een korte samenvatting en een langer verhaal. Bij de lange inhoud zijn de hoofdstukken aangegeven
Als je met de muis op een plaatje staat, zie je na een paar tellen wat het voorstelt.
Digory Jadis, de Tovenares
Polly

Een korte samenvatting

Digory's oom Andreas denkt dat hij een tovenaar is. Hij heeft ringen gemaakt van stof uit een andere wereld. Digory en Polly ontdekken met die ringen het Woud tussen de Werelden in
Vanaf daar kunnen ze in elke wereld komen, door in een van de meertjes te springen. Ze gaan naar een wereld, waar geen leven meer is. Daar ontmoeten ze de Tovenares en die wil met hen mee. Het lukt haar nog ook.
Oom Andreas schrikt wel van de grote Tovenares. Als hij met haar door Londen rondrijdt, ramt ze het koetsje kapot. In de wirwar die dan ontstaat, zorgen Polly en Digory met hun ringen ervoor, dat ze naar het bos met de meertjes gaat. Maar ook oom Andreas, het paard en de koetsier gaan dan mee.
Ze komen met z'n allen in een ander meertje terecht. Daar is Narnia. Aslan maakt alles in Narnia en leert de dieren praten. De Tovenares blijft in Narnia. Daarom moet Digory een appel plukken en die planten. De boom die daaruit groeit, zal Narnia tegen haar beschermen.
Digory krijgt ook een appel, om aan zijn zieke moeder te geven. Aslan stuurt Polly, Digory en oom Andreas weer naar Londen. De appel werkt, Digory's moeder wordt weer beter.

Wat gebeurt er in het boek?

H1 Digory is bij zijn oom en tante, omdat zijn moeder heel ziek is. Oom Andreas is heel vreemd. Hij zit altijd op zijn zolderkamer. Polly is een buurmeisje van oom en tante. Digory en zij gaan op een dag op verkenning in een gang langs het huis. Per ongeluk komen ze dan in het zolderkamertje van oom Andreas! Ze zien twee groene en twee gele ringen liggen. Oom Andreas laat Polly een gele ring aanraken. Ze verdwijnt opeens uit de kamer.
H2 Oom Andreas vertelt aan Digory dat hij de ringen heeft gemaakt van stof uit een andere wereld. Dat stof zat in een kistje wat hij van een tante had gehad. Hij vertelt ook dat je met de groene ringen weer terug kan komen.
Digory is heel kwaad. Polly heeft geen groene ring! Digory zal ook naar die andere wereld moeten gaan en dan een groene ring voor Polly meenemen.
de kennismaking Het rovershol van Polly de zolderkamer van oom Andreas
H3 Digory doet twee groene ringen in zijn zak en doet de gele om. Hij wordt weggeslingerd en komt even later boven in een watertje. Hij is in een bos, met allemaal meertjes. Polly is daar ook. Ze ontdekken dat ze in het 'Woud tussen de Werelden in' zijn. Elk meertje is een andere wereld.

Dan willen ze naar al die andere werelden gaan. Maar eerst proberen ze nog even uit of de groene ringen wel werken, om naar huis te gaan. Als ze oom Andreas zien, doen ze gauw de gele ringen weer om en zijn ze weer in het bos.
H4 Dan springen ze in een ander meertje, met de groene ringen aan. Ze belanden in een dode wereld. Er zijn oude ruïnes. Ze lopen er doorheen en komen dan ook bij een zaal waar heel veel mensen zitten. Ze bewegen niet, het lijken wel beelden. Als Digory op een bel slaat, die daar hangt, komt de grootste vrouw overeind. Ze is heel mooi, maar ook heel griezelig. Heel het paleis stort in en de Koningin sleurt Polly en Digory mee.
H5 Als ze uit het paleis zijn, zien ze een grote stad, helemaal uitgestorven. De Koningin vertelt dat ze Jadis heet, en dat zij die stad en het paleis levenloos heeft gemaakt. Die stad heet Charn. Jadis had ruzie met haar zus en heeft toen het Allesverwoestende Woord uitgesproken en alle levende wezens vernietigd. De kinderen willen er vandoor gaan, maar de Koningin heeft hen nog beet en zo komen ze allemaal in het Woud tussen de Werelden in. Daar is Jadis veel zwakker.
H6 Ze schudden de Koningin van zich af en springen in het meertje van hun eigen wereld. Maar de Koningin houdt nog net Digory's oor vast. Dus komt ze ook in de zolderkamer van oom Andreas. Daar lijkt ze nog groter en woester. Naast haar is oom Andreas maar een miezertje en dat vindt Jadis zelf ook. Hij moet voor haar een rijtuig bestellen. Polly gaat naar haar eigen huis, om te eten.
H7 Jadis komt vragen waar het rijtuigje blijft. Tante Letty vindt haar maar een raar mens en bovendien erg onbeleefd. De toverkracht van de Koningin werkt in deze wereld niet. Maar ze is nog wel sterk, dus ze gooit tante Letty door de kamer. Dan gaan zij en oom Andreas naar het koetsje. Digory kan niks doen en gaat maar zitten wachten tot hij ze weer ziet. Polly heeft straf en moet twee uur in bed liggen.

Jadis staat op het koetsje

Dan ziet Digory een koetsje voorbijkomen. Jadis staat boven op het koetsje. Dan knalt ze tegen een lantaarnpaal op en het koetsje breekt in stukken. Oom Andreas kruipt onder de puinhoop vandaan. De Koningin springt op het paard, dat staat te steigeren. De koetsier, de baas van het paard, probeert haar eraf te halen.
H8 Polly komt nu ook naar buiten. Digory zegt dat ze haar gele ring om moet doen als hij het zegt. Digory zal proberen de hiel van Jadis aan te raken. Dan zullen ze vanzelf naar het Woud tussen de Werelden in gaan.
Digory houdt Polly's hand vast. Dan heeft hij eindelijk de hiel van de Koningin te pakken. Polly doet haar ring om en ze komen weer boven in het meertje. De koetsier had het paard vast, en oom Andreas had de koetsier vast. Die zijn er dus ook allemaal. Dan stappen ze in een ander meertje en komen ze in een andere wereld. Een lege wereld, het is meer een soort Niets. Dan begint er een stem te zingen. Er komen sterren en de zon komt op. Dan zien ze wie er zingt. Het is een Leeuw.
H9 De Leeuw zingt verder. Er gaat gras groeien, en bomen en bloemen. De Leeuw komt steeds dichterbij. Jadis rent het bos in en oom Andreas struikelt en valt in een beekje. Als de leeuw weer wat verder weg is, zien ze dat er een lantaarnpaaltje groeit. Dat komt doordat de Tovenares (zo wordt Jadis voortaan genoemd) daar een staaf van een lantaarnpaal had neergegooid. Digory hoopt dat dit het land der jeugd is, dan zou er hier misschien iets zijn waardoor zijn moeder beter zou kunnen worden. Hij loopt naar de Leeuw om het te vragen.

Dan verandert het lied van de Leeuw weer. Er komen dieren uit de grond. Sommige dieren worden uitgekozen door de Leeuw. Die gaan in een kring om hem heen staan.
H10 Deze dieren worden sprekende dieren. Dan komen er ook andere wezens: faunen, bosgeesten, dwergen en nog meer. De dieren en de wezens noemen de Leeuw Aslan. Aslan loopt weg met een paar dieren. Ze gaan overleggen hoe ze Narnia beschermen tegen het kwade. Dat is er namelijk al, omdat de Tovenares in het bos is.
Strobloem, het paard van de koetsier, is ook een sprekend dier geworden. Digory mag op Strobloem's rug rijden, naar Aslan toe. Polly en de koetsier volgen hem te voet.
H11 De sprekende dieren gaan eens kijken wat voor een wezen oom Andreas is. Hij is heel bang en rent hard weg. Hij is zo bang dat hij flauwvalt. De dieren weten niet wat ze ermee moeten doen. Tenslotte besluiten ze dat het wel een boom zal zijn en ze 'planten' oom Andreas, tot zijn knieën in de modder. Doordat de olifant water op hem spuit, komt hij weer bij.

Digory is bij Aslan aangekomen. Aslan zegt dat hij er de schuld van is dat de Tovenares in Narnia is gekomen. Digory voelt zich heel schuldig.
Aslan laat de vrouw van de koetsier ook naar Narnia komen. Zij en haar man zullen als eerste koning en koningin zijn.

op de rug van Wiek
H12 Strobloem krijgt vleugels en een nieuwe naam: Wiek. Digory en Polly mogen op zijn rug meevliegen. Ze gaan naar een tuin op een heuvel, daar groeit een boom. Daar moeten ze een appel plukken en naar Aslan brengen. 's Avonds stoppen ze om uit te rusten. Digory plant een toffee en de volgende dag is het een toffeeboom.
H13 Ze vliegen weer verder en dan zijn ze bij de heuvel. Ze komen bij een muur. Binnen de muur groeien bomen. Er zijn hoge poorten van goud. Digory gaat erdoor, de tuin in. Hij plukt een appel voor Aslan.
De tovenares is ook in de tuin. Maar zij heeft zelf een vrucht opgegeten. Ze is heel bleek, maar nog wel sterk. Ze probeert Digory over te halen om gelijk naar huis te gaan en de appel aan zijn moeder te geven. Maar hij doet het niet.
Dan zijn ze weer bij Aslan. Digory geeft de appel aan hem. Hij moet de appel naast de rivier gooien.
H14 Oom Andreas zit nu in een soort kooi. De dieren merkten door zijn geschreeuw dat het toch een levend wezen was. Hij ziet er vreselijk uit. Aslan laat hem bevrijden en laat hem slapen.

de kroning van Frank en Helene

De dwergen gaan kronen maken voor de nieuwe Koning en Koningin. Dan kroont Aslan Koning Frank en Koningin Helena.
De boom die Digory gezaaid heeft, is al gegroeid. Digory mag er een appel van plukken, voor zijn moeder.
H15 Dan staan ze opeens in het Woud tussen de Werelden in. Ze zien dat het meertje van Charn is opgedroogd. Die wereld bestaat dus niet meer. Aslan zegt dat de wereld van Digory en Polly moet uitkijken dat hun meertje ook niet opdroogt. Dan zijn ze plotseling weer terug in Londen. Alles is precies hetzelfde, alleen de Tovenares, Strobloem en de koetsier zijn weg.
Digory gaat naar binnen. Hij geeft de appel aan zijn moeder. Het klokhuis begraaft hij in de achtertuin. Polly komt ook naar de achtertuin. Dan zien ze dat er iets groeit op de plaats waar het klokhuis begraven ligt. Ze begraven de ringen er omheen.

Digory's moeder wordt al snel weer helemaal beter. Het wordt heel fijn. Ook Digory's vader komt terug uit India. Dan gaan ze in een landhuis wonen.
Later, als Digory al een professor is, waait de boom om. Digory laat er een kleerkast voor zijn landhuis van maken.
En hoe liep het af met oom Andreas? Hij mocht ook in het landhuis gaan wonen. Hij heeft nooit meer getoverd en hij werd een stuk aardiger. Maar hij vertelde nog vaak over Tovenares. "Een verschrikkelijke driftkop was het," zei hij dan. "Maar het was een pittig vrouwtje, zeg ik je, een pittig vrouwtje."