Wat gebeurt er in het boek?
|
| H1
| Digory is bij zijn oom en tante, omdat zijn moeder heel ziek is. Oom Andreas is heel vreemd. Hij zit altijd op zijn zolderkamer.
Polly is een buurmeisje van oom en tante. Digory en zij gaan op een dag op verkenning in een gang langs het huis. Per ongeluk
komen ze dan in het zolderkamertje van oom Andreas! Ze zien twee groene en twee gele ringen liggen. Oom Andreas laat Polly een
gele ring aanraken. Ze verdwijnt opeens uit de kamer.
|
| H2
| Oom Andreas vertelt aan Digory dat hij de ringen heeft gemaakt van stof uit
een andere wereld. Dat stof zat in een kistje wat hij van een tante had gehad. Hij vertelt ook dat je met de groene ringen weer
terug kan komen.
Digory is heel kwaad. Polly heeft geen groene ring! Digory zal ook naar die andere wereld moeten gaan en dan
een groene ring voor Polly meenemen.
|
| H3
| Digory doet twee groene ringen in zijn zak en doet de gele om. Hij wordt weggeslingerd en komt even
later boven in een watertje. Hij is in een bos, met allemaal meertjes. Polly is daar ook. Ze ontdekken dat ze in het 'Woud tussen de Werelden in'
zijn. Elk meertje is een andere wereld.
Dan willen ze naar al die andere werelden gaan. Maar eerst proberen ze nog even uit
of de groene ringen wel werken, om naar huis te gaan. Als ze oom Andreas zien, doen ze gauw de gele ringen weer om en zijn ze weer
in het bos.
|
| H4
| Dan springen ze in een ander meertje, met de groene ringen aan. Ze belanden in een dode wereld. Er zijn oude ruïnes.
Ze lopen er doorheen en komen dan ook bij een zaal waar heel veel mensen zitten. Ze bewegen niet, het lijken wel beelden. Als Digory
op een bel slaat, die daar hangt, komt de grootste vrouw overeind. Ze is heel mooi, maar ook heel griezelig. Heel het paleis stort
in en de Koningin sleurt Polly en Digory mee.
|
| H5
| Als ze uit het paleis zijn, zien ze een grote stad, helemaal uitgestorven. De Koningin
vertelt dat ze Jadis heet, en dat zij die stad en het paleis levenloos heeft gemaakt. Die stad heet Charn. Jadis had ruzie met
haar zus en heeft toen het Allesverwoestende Woord uitgesproken en alle levende wezens vernietigd. De kinderen willen er vandoor
gaan, maar de Koningin heeft hen nog beet en zo komen ze allemaal in het Woud tussen de Werelden in. Daar is Jadis veel zwakker.
|
| H6
| Ze schudden de Koningin van zich af en springen in het meertje van hun eigen wereld. Maar de Koningin houdt nog net Digory's oor
vast. Dus komt ze ook in de zolderkamer van oom Andreas. Daar lijkt ze nog groter en woester. Naast haar is oom Andreas maar een
miezertje en dat vindt Jadis zelf ook. Hij moet voor haar een rijtuig bestellen. Polly gaat naar haar eigen huis, om te eten.
|
| H7
| Jadis komt vragen waar het rijtuigje blijft. Tante Letty vindt haar maar een raar mens en bovendien erg onbeleefd. De toverkracht
van de Koningin werkt in deze wereld niet. Maar ze is nog wel sterk, dus ze gooit tante Letty door de kamer. Dan gaan zij en oom
Andreas naar het koetsje. Digory kan niks doen en gaat maar zitten wachten tot hij ze weer ziet. Polly heeft straf en moet twee
uur in bed liggen.
Dan ziet Digory een koetsje voorbijkomen. Jadis staat boven op het koetsje. Dan knalt ze tegen een lantaarnpaal op en het koetsje
breekt in stukken. Oom Andreas kruipt onder de puinhoop vandaan. De Koningin springt op het paard, dat staat te steigeren. De koetsier,
de baas van het paard, probeert haar eraf te halen.
|
| H8
| Polly komt nu ook naar buiten. Digory zegt dat ze haar gele ring om moet doen
als hij het zegt. Digory zal proberen de hiel van Jadis aan te raken. Dan zullen ze vanzelf naar het Woud tussen de Werelden in gaan.
Digory houdt Polly's hand vast. Dan heeft hij eindelijk de hiel van de Koningin te pakken. Polly doet haar ring om en ze komen weer
boven in het meertje. De koetsier had het paard vast, en oom Andreas had de koetsier vast. Die zijn er dus ook allemaal. Dan stappen
ze in een ander meertje en komen ze in een andere wereld. Een lege wereld, het is meer een soort Niets. Dan begint er een stem te zingen.
Er komen sterren en de zon komt op. Dan zien ze wie er zingt. Het is een Leeuw.
|
| H9
| De Leeuw zingt verder. Er gaat gras groeien, en bomen en bloemen. De Leeuw komt steeds dichterbij. Jadis rent het bos in en oom Andreas
struikelt en valt in een beekje. Als de leeuw weer wat verder weg is, zien ze dat er een lantaarnpaaltje groeit. Dat komt doordat
de Tovenares (zo wordt Jadis voortaan genoemd) daar een staaf van een lantaarnpaal had neergegooid. Digory hoopt dat dit het land der
jeugd is, dan zou er hier misschien iets zijn waardoor zijn moeder beter zou kunnen worden. Hij loopt naar de Leeuw om het te vragen.
Dan verandert het lied van de Leeuw weer. Er komen dieren uit de grond. Sommige dieren worden uitgekozen door de Leeuw. Die
gaan in een kring om hem heen staan.
|
| H10
| Deze dieren worden sprekende dieren. Dan komen er ook andere wezens: faunen, bosgeesten, dwergen en
nog meer. De dieren en de wezens noemen de Leeuw Aslan. Aslan loopt weg met een paar dieren. Ze gaan overleggen hoe ze Narnia beschermen
tegen het kwade. Dat is er namelijk al, omdat de Tovenares in het bos is.
Strobloem, het paard van de koetsier, is ook een sprekend dier geworden. Digory mag op Strobloem's rug rijden, naar Aslan toe. Polly
en de koetsier volgen hem te voet.
|
| H11
| De sprekende dieren gaan eens kijken wat voor een wezen oom Andreas is. Hij is heel bang en rent hard weg. Hij is zo bang dat hij
flauwvalt. De dieren weten niet wat ze ermee moeten doen. Tenslotte besluiten ze dat het wel een boom zal zijn en ze 'planten' oom
Andreas, tot zijn knieën in de modder. Doordat de olifant water op hem spuit, komt hij weer bij.
Digory is bij Aslan aangekomen. Aslan zegt dat hij er de schuld van is dat de Tovenares in Narnia is gekomen. Digory voelt zich
heel schuldig.
Aslan laat de vrouw van de koetsier ook naar Narnia komen. Zij en haar man zullen als eerste koning en koningin zijn.
|
| H12
| Strobloem krijgt vleugels en een nieuwe naam: Wiek. Digory en Polly mogen op zijn
rug meevliegen. Ze gaan naar een tuin op een heuvel, daar groeit een boom. Daar moeten ze een appel plukken en naar Aslan brengen.
's Avonds stoppen ze om uit te rusten. Digory plant een toffee en de volgende dag is het een toffeeboom.
|
| H13
| Ze vliegen weer verder en dan
zijn ze bij de heuvel. Ze komen bij een muur. Binnen de muur groeien bomen. Er zijn hoge poorten van goud. Digory gaat erdoor, de tuin
in. Hij plukt een appel voor Aslan.
De tovenares is ook in de tuin. Maar zij heeft zelf een vrucht opgegeten. Ze is heel bleek, maar nog wel sterk. Ze probeert Digory
over te halen om gelijk naar huis te gaan en de appel aan zijn moeder te geven. Maar hij doet het niet.
Dan zijn ze weer bij Aslan. Digory geeft de appel aan hem. Hij moet de appel naast de rivier gooien.
|
| H14
| Oom Andreas zit nu in een soort kooi. De dieren merkten door zijn geschreeuw dat het toch een levend wezen was. Hij ziet er
vreselijk uit. Aslan laat hem bevrijden en laat hem slapen.
De dwergen gaan kronen maken voor de nieuwe Koning en Koningin. Dan kroont Aslan Koning Frank en Koningin Helena.
De boom die Digory gezaaid heeft, is al gegroeid. Digory mag er een appel van plukken, voor zijn moeder.
|
| H15
| Dan staan ze opeens in het Woud tussen de Werelden in. Ze zien dat het meertje van Charn is opgedroogd. Die wereld bestaat dus niet
meer. Aslan zegt dat de wereld van Digory en Polly moet uitkijken dat hun meertje ook niet opdroogt. Dan zijn ze plotseling weer terug
in Londen. Alles is precies hetzelfde, alleen de Tovenares, Strobloem en de koetsier zijn weg.
Digory gaat naar binnen. Hij geeft de
appel aan zijn moeder. Het klokhuis begraaft hij in de achtertuin. Polly komt ook naar de achtertuin. Dan zien ze dat er iets groeit op
de plaats waar het klokhuis begraven ligt. Ze begraven de ringen er omheen.
Digory's moeder wordt al snel weer helemaal beter. Het wordt heel fijn. Ook Digory's vader komt terug uit India. Dan gaan ze in
een landhuis wonen.
Later, als Digory al een professor is, waait de boom om. Digory laat er een kleerkast voor zijn landhuis van maken.
En hoe liep het af met oom Andreas? Hij mocht ook in het landhuis gaan wonen. Hij heeft nooit meer getoverd en hij werd een stuk aardiger.
Maar hij vertelde nog vaak over Tovenares. "Een verschrikkelijke driftkop was het," zei hij dan. "Maar het was een pittig vrouwtje, zeg
ik je, een pittig vrouwtje."
|