Wat gebeurt er in het boek?
|
| H1
| Dit verhaal speelt in de tijd dat Peter Hoge Koning is in Narnia.
In Calormen woont een arme visser. Hij heet Arshiesh en woont samen met een jongen.
Die jongen heet Shasta. Shasta denkt dat Arshiesh zijn vader is. Shasta vindt het niet
fijn bij de visser. Hij moet heel hard werken. Shasta wil graag weten wat er in het Noorden is.
Maar dat kan de visser niet schelen.
Op een dag komt er een vreemdeling bij het huisje aan. Hij ziet er heel rijk uit en hij
heeft een mooi paard. Het is een Tarkaan (edelman in Calormen). Als de man aan het eten is,
praat hij met Arshiesh. Shasta luistert hun gesprek af. De Tarkaan wil Shasta kopen van de
visser. Shasta hoort dat hij niet de echte zoon is van de visser. Hij is wel opgelucht, want
hij heeft nooit van de visser gehouden.
Dan gaat hij naar het paard van de Tarkaan. Dat kan praten! Het paard vertelt dat hij
vroeger ontvoerd is uit Narnia. Hij zegt ook dat de Tarkaan heel wreed is. Ze besluiten om
samen weg te lopen, naar Narnia. Shasta kan geen paard rijden, maar het paard helpt hem. Het
paard heet Briehie-hinnik-brinnik-hoe-hie-ha, maar Shasta noemt hem maar Brie.
|
| H2
| De volgende ochtend is Shasta vreselijk stijf. Brie legt uit hoe ze gaan rijden. Ze
moeten eerst door Tashbaan. Dat is de hoofdstad van Calormen. Daarna moeten ze door de woestijn (LANDKAART)
Zo reizen ze al weken langs de kust. Op een nacht gaan ze 's avonds pas weg. Ze rijden
langs de zee. Dan zien ze een andere ruiter. Maar ze horen ook het gebrul van een leeuw. Doordat
de leeuwen achter hen aan zitten, worden de twee paarden naar elkaar toe gedreven.
Als de leeuwen weg zijn, ziet Shasta dat er een meisje op het paard zit. Het paard is een merrie, en ze kan ook
praten. De merrie heet Winne en het meisje Aravis. Ze zijn ook op weg naar Narnia. Brie stelt
voor om samen naar Narnia te gaan. Aravis wil het wel, maar niet om Shasta.
|
| H3
| Als ze aan het uitrusten zijn, vertelt Aravis haar verhaal. Haar vader is een hoge edelman.
Haar stiefmoeder wilde haar uithuwelijken aan een rijke, maar oude man. Maar Aravis vond dat
vreselijk. Dus liep ze weg, met Winne. Ze verzon een list, zodat het nog even zou duren voor haar vader haar ging zoeken.
De volgende dag rijden ze weer verder. Aravis praat alleen maar met Brie. Dan komen ze bij
Tashbaan. Dat is de hoofdstad, ze moeten er doorheen. Ze spreken af dat ze elkaar zullen ontmoeten
bij de graftomben, aan de andere kant van de stad. Om door de stad te komen, doen ze net of ze heel arm zijn.
|
| H4
| Ze komen de stad veilig in. Af en toe moeten ze aan de kant voor een of ander belangrijk
iemand, die langskomt. Op een gegeven moment komt er een stoet van blanke mannen. Ze zijn heel
anders dan de Calormeners. Het zijn edelen uit Narnia. Als ze Shasta zien staan, denken ze dat
hij Corin, de prins van Archenland, is. Die was met hun meegegaan naar Tashbaan.
Dus nemen ze Shasta mee. Ze gaan naar Koningin Susan. Shasta begrijpt er allemaal niks van.
Hij zegt ook niks. Ze denken dat hij een zonnesteek heeft. Daarom moet hij op een sofa liggen.
|
| H5
| Dan hoort hij waar de Koning en de Koning over praten: Prins Rabadash, van Calormen, wil met
Koningin Susan trouwen. Maar zij wil dat niet. Koning Edmund vertelt dat Rabadash persé met
Susan wil trouwen. Eerder zal hij de Narniërs niet uit Tashbaan laten gaan. Rabadash zoekt
gewoon een aanleiding voor een oorlog met Narnia.
Maar volgens de Koning zal hij Narnia toch niet kunnen aanvallen, hij moet eerst de
woestijn oversteken. En dat gaat niet met zo'n groot leger. De Raaf weet wel een andere weg,
door een ravijn. Die is korter.
De Narniërs verzinnen een plan om ongemerkt uit Tashbaan te komen. Ze zullen met hun boot gaan.
|
| H6
| Als iedereen uit de kamer is, en Shasta wil gaan slapen, komt de echte prins Corin door
het raam naar binnen. Hij lijkt inderdaad erg op Shasta. Shasta legt het een beetje uit en gaat
dan gauw door het raam naar buiten. Hij gaat naar de graftomben. De anderen zijn daar nog niet.
Die nacht slaapt hij bij de graftomben. Er is ook een kat. Als er hyena's komen, is er een leeuw,
die ze wegjaagt. Maar het blijkt dat het de kat is.
De volgende ochtend ziet Shasta de twee paarden aankomen. Maar Aravis is er niet bij. Wat is
er met haar gebeurd?
|
| H7
| Toen de Narniërs met Shasta weg waren, kwam er nog een stoet. Dat was Lasaraline. Ze zat in
een draagstoel. Aravis kende haar wel.
Als Lasaraline Aravis ziet, roept ze gelijk: "Aravis!" Dat gaat natuurlijk fout. Aravis duikt de
draagstoel in en zegt tegen Lasaraline dat ze de gordijntjes dicht moet doen en de paarden mee moet
laten nemen.
Zo komen ze bij het huis van Lasaraline. Ze weet een manier om door het paleis van de Tisrok (soort
koning) buiten de stad te komen. Aravis moet een nacht bij Lasaraline slapen.
De avond daarna gaan ze op pad. De paarden worden door een knecht naar de graftomben gebracht.
De twee meisjes gaan naar de gangen onder het paleis. Maar als ze in een gang lopen, zien ze opeens
dat er mensen aankomen. Ze duiken een kamertje in. De mensen gaan daar ook in.
Ze zien Aravis en Lasaraline niet, want die hebben zich gauw verstopt. De mensen die binnen komen,
zijn deze: twee slaven, de Tisrok, prins Rabadash (die met Koningin Susan wil trouwen) en de Grootvizier.
|
| H8
| Prins Rabadash is heel kwaad, want de Narniërs zijn met hun schip weggegaan. Hij
vraagt aan zijn vader
of hij Narnia mag gaan aanvallen. Daarvoor zullen ze eerst door Archenland moeten. De hoofstad daarvan
is Anvard. Die stad wil prins Rabadash eerst innemen en daarna doorstoten naar Narnia. Het mag van zijn
vader, de Tisrok.
|
| H9
| Als ze weer weg zijn, lopen de meisjes snel naar buiten. Aravis gaat naar de graftomben. Daar zijn
Shasta en de paarden al. Ze vertelt van het plan van prins Rabadash. Ze moeten zo snel mogelijk naar Anvard,
om de koning van Archenland te waarschuwen.
Shasta wijst de kortere weg, die hij van de Raaf had gehoord.
Ze rijden de hele nacht door de woestijn. In de avond van de volgende dag komen ze bij het ravijn.
|
| H10
| Ze stoppen bij de rivier. De dag daarna rijden ze weer verder. Dan steken ze een rivier over en zijn ze in
Archenland.
Er komt een leeuw achter hen aan, die Aravis verwondt. Ze komen bij een kluizenaar.
|
| H11
|
Shasta moet meteen verder rennen, naar Anvard. Hij ontmoet koning Lune. Hij vertelt dat prins Rabadash
eraan komt en Anvard aan gaat vallen.
De koning gaat gelijk terug naar Anvard. Shasta krijgt een paard en rijdt achter de koning en zijn mannen
aan. Maar het paard raakt achter en Shasta raakt de groep kwijt.
Het wordt steeds donkerder. Shasta gaat zonder dat hij het merkt, over de pas naar Narnia. Dan komt Aslan naast
hem lopen.
|
| H12
| Als het weer licht wordt verdwijnt Aslan, maar uit zijn pootafdruk stroomt een beekje. Shasta frist zich wat
op en gaat dan eens rondkijken.
Hij is dus in Narnia. Er komen allemaal dieren naar hem toe. Het hert gaat gelijk naar Cair Paravel om de Hoge Koning
Peter te gaan waarschuwen. Een dwerg neemt Shasta mee. Dan krijgt hij eindelijk wat te eten. De dwergen zorgen
goed voor Shasta.
De volgende morgen komt het Narniase leger aan. Prins Corin is er ook bij. Hij wil heel graag
ook mee vechten tegen prins Rabadash. Het mag niet, maar hij gaat toch stiekem. Shasta vindt het wel eng, maar hij gaat
toch mee met Corin.
|
| H13
| Het is een hard gevecht. Shasta kan er natuurlijk niks van, en valt van zijn paard. Maar de Narniërs winnen al snel.
De kluizenaar kan alles zien in zijn vijver. Hij vertelt het aan Aravis en de paarden.
Prins Rabadash was op een muurtje gaan staan. Toen hij er weer afsprong, bleef hij aan een haak in de stadsmuur
hangen. Daar hangt hij nu. Koning Lune laat hem eraf halen en gevangen nemen.
|
| H14
| Aslan komt ook naar de tuin van de kluizenaar. Als hij weer weg is, komt Shasta. Maar hij heet nu Coor en
hij heeft mooie kleren. Koning Lune is zijn vader. Coor vertelt aan Aravis hoe het zit: Hij en Corin waren een tweeling.
Een centaur voorspelde dat Coor Archenland van een groot gevaar zou redden.
Een gemene man ontvoerde Coor toen en ging met een schip de zee op. Maar Coor's vader kwam achter hem aan. Toen hij het schip
veroverd had, was Coor al met een ridder in een bootje gezet. Later is dat bootje toen aangespoelde bij de visser Arshiesh.
Dan gaan ze allemaal naar Anvard. Brie vindt het toch wel eng. Hij is bang dat ze hem zullen uitlachen. Aravis mag ook bij koning
Lune blijven wonen. Koningin Lucy laat haar alles zien.
|
| H15
| Dan gaan ze bedenken wat ze met Rabadash zullen doen. Hij mag wel genade krijgen, maar dan moet hij wel zijn
leven beteren. Rabadash is nog steeds kwaad. Hij schreeuwt dat hij los wil. Dan komt Aslan. Maar zelfs dan wordt Rabadash
niet bang. Daarom wordt hij een ezel
Op het hof van Koning Lune is er een groot feest. Coor zal later koning worden, in plaats van Corin. Maar dat vindt
Corin helemaal niet erg. Aravis en Coor trouwen met elkaar. En Brie en Winne gaan in Narnia wonen.
|