Wat gebeurt er in het boek?
|
| H1
| Het is een jaar na het avontuur met de kleerkast. Peter, Edmund, Susan en Lucy zitten op het station. Dan worden ze opeens meegesleurd. Ze zijn in een bos, vlakbij de zee.
Ze gaan op zoek naar een beekje en lopen langs de kust. Dan ontdekken ze dat ze op een eiland zitten. Ze hebben niet veel eten bij zich, dus ze gaan op zoek naar eten.
|
| H2
| Ze komen bij een plek met allemaal appelbomen. Er is ook een ruïne. De kinderen maken een vuur en eten appels. Susan vindt een gouden schaakstuk. Daardoor weten ze wel bijna zeker dat ze in Cair Paravel zijn. Dat was hun kasteel, toen ze regeerden over Narnia.
Waarschijnlijk zijn er hier honderden jaren voorbij gegaan. Dan herinneren ze zich dat er ergens een schatkelder moet zijn. Ze vinden een deur. Die breken ze open en gaan de schatkelder binnen.
Alles ligt er nog. Ze nemen alleen hun geschenken van de kerstman mee. Dan gaan ze weer naar buiten en gaan ze slapen.
|
| H3
| Bij het ontbijt is er niks anders dan appels te eten. Ze lopen naar de kust om te kijken hoe ze van het eiland af kunnen komen.
Dan komt er een bootje. Er zitten twee wrede soldaten in, en een Dwerg. De soldaten willen de Dwerg in het water gooien. Maar Susan schiet een pijl op hen af en de soldaten gaan ervan door. De kinderen maken de Dwerg los.
Hij vertelt dat die soldaten hem wilden doden. Ze zeggen dat het spookt bij het eiland van Cair Paravel, daarom waren de soldaten zo bang.
Dan gaan ze vissen met het bootje. Weer terug bij het kasteel maken ze het vuur aan en roosteren ze de vissen.
De Dwerg is een boodschapper van Koning Caspian. De vier kinderen weten niet wie dat is, dus vertelt de Dwerg hen het verhaal.
|
| H4
| Caspian is een prins, die bij zijn oom Miraz woont. Miraz is koning van Narnia. Caspian's vader was eigenlijk koning, maar zijn ouders zijn allebei gestorven. Caspian zal dus later koning worden.
De kinderjuffrouw van Caspian vertelt hem verhalen over de Goede Oude Tijd. De tijd van de Sprekende Dieren, de Naiaden, Dryaden, Centauren, Dwergen en de Faunen. En de tijd van Aslan, en de vier Koningen en Koninginnen.
Als Caspian dit een keer aan zijn oom Miraz vertelt, wordt die vreselijk kwaad. Hij zegt dat er niks van waar is. De kinderjuffrouw wordt ontslagen en Caspian krijgt een andere onderwijzer.
Dat is Doctor Cornelius. Die vertelt Caspian van de geschiedenis van Narnia. De voorouders van Caspian woonden in Telmar, ze waren dus Telmarijnen. Toen hebben die Telmarijnen Narnia veroverd en sindsdien zijn zij de Koningen van Narnia.
Op een nacht gaan Doctor Cornelius en Caspian naar de sterren kijken. Ze zijn helemaal alleen, en daarom kan de Doctor verder vertellen. Hij vertelt dat er wèl Sprekende Dieren en wezens zijn. De Telmarijnen hebben bijna alle wezens verdreven of gedood.
Doctor Cornelius is zelf ook een halve Dwerg. Hij heeft dit allemaal verteld aan Caspian, omdat die later Koning zal worden. Als Caspian van de Dingen van Vroeger houdt, kan die de Oud-Narniërs weer opzoeken. Caspian wil ook graag zo'n Koning worden.
|
| H5
| Er gaan een paar jaar voorbij. Dan krijgt de Koningin een zoon. Doctor Cornelius begrijpt het gevaar voor Caspian. Miraz heeft nu zelf een zoon, en hij heeft Caspian niet meer nodig. Daarom zal hij Caspian willen doden.
De Doctor zegt dat Caspian naar Archenland moet gaan. Hij geeft hem een beurs goud en een hoorn. Dat is de hoorn van Susan. Als je erop blaast komt er altijd hulp.
Caspian rijdt de hele nacht door. De volgende nacht moet hij door een bos. Het stormt en zijn paard slaat op hol. Hij slaat met zijn hoofd tegen een boom en raakt bewusteloos.
Als hij weer bijkomt, ligt hij in een hol van twee Dwergen en een Das. De Dwerg Nikabrik is niet aardig en wil Caspian eigenlijk doden. De andere Dwerg heet Trompoen en de Das Truffeljager. De Das is het vriendelijkste.
|
| H6
| De Dwergen geloven niet in Aslan, maar Truffeljager en Caspian wel. Als Caspian weer helemaal beter is, gaan ze bij de andere Oud-Narniërs op bezoek.
Ze vragen gelijk of iedereen naar de Dansweide wil komen, voor een feest en een vergadering.
Ze komen ook bij Glenstorm, de Centaur. Die is klaar voor een oorlog tegen Miraz. Ook Rippertjiep en zijn twaalf muizen willen graag meevechten.
Die avond komen de Faunen dansen. Caspian, Trompoen en Truffeljager dansen ook mee.
|
| H7
| Op de avond van de vergadering wil Caspian net zijn toespraak gaan houden als Doctor Cornelius eraan komt. Die zegt dat de Oud-Narniërs al verraden zijn. Miraz en zijn leger komen eraan.
De Doctor stelt voor om naar de Aslanberg te gaan. Vanaf daar kunnen ze zich goed verdedigen.
Dus gaan ze naar de Aslanberg. Dat is een heuvel met allemaal gangen erin. De Stenen Tafel staat in het midden van die heuvel.
Miraz en zijn leger komen daar ook al snel en rukken op naar de Heuvel. Caspian en de Oud-Narniërs doen ook steeds uitvallen, maar het leger van Miraz is veel te groot.
Op een avond besluit Caspian om op de hoorn te gaan blazen. Omdat ze niet weten waar de hulp zal komen, sturen ze de eekhoorn naar het Lantaarnwoud en Trompoen naar Cair Paravel.
Trompoen gaat op weg en hoort in de ochtend de hoorn van Caspian schallen. De Dwerg wordt halverwege gepakt door soldaten van Miraz. Als die hem willen verdrinken, wordt hij gered door Susan.
|
| H8
| En zo komt Trompoen bij de vier kinderen. Maar hij denkt niet dat ze zullen kunnen helpen. Lucy en Edmund zijn heel kwaad op hem.
Maar Peter blijft rustig en zegt dat ze eerst hun wapenrusting aan zullen gaan doen. Dan vraagt Edmund of Trompoen met hem wil schermen. Edmund wint het.
Dan doet Trompoen een wedstrijdje boogschieten met Susan. Ook dat verliest hij. Lucy maakt de wond aan zijn schouder weer beter.
De Dwerg gelooft nu wel dat dit de vier Koningen en Koninginnen zijn. Samen gaan ze bedenken hoe ze naar de Aslanberg zullen gaan. Ze gaan met het bootje naar Glaswater. Zo kunnen ze aan de achterkant van de Aslanberg komen.
|
| H9
| Als het avond is, gaan ze aan land. Ze eten wat appels en gaan slapen. Maar Lucy kan niet slapen. Ze gaat een eindje lopen.
Ze loopt tussen de bomen, die nog steeds niet kunnen praten. Lucy praat tegen de bomen, maar ze worden niet wakker. Dan gaat ze slapen.
De volgende ochtend lopen ze landinwaarts. Er komt een beer op Lucy af. Trompoen schiet hem dood. Ze nemen het vlees van de beer mee.
Dan komen ze bij een ravijn, waar een rivier in stroomt. Peter en Trompoen zeggen dat ze stroomafwaarts moeten gaan, dan zullen ze bij de Grote Rivier komen.
Lucy ziet Aslan opeens en die wil dat ze de andere kant opgaan. Maar de anderen, behalve Edmund, geloven haar niet en ze gaan toch langs de rivier lopen.
|
| H10
| Na een lange wandeling zien ze eindelijk de Grote Rivier. Ze zien ook de brug bij Beruna. Maar als ze nog een eindje doorlopen, worden ze gezien door soldaten van Miraz. Ze beschieten hen met pijlen.
Vlug rennen de kinderen en Trompoen weer naar het ravijn. En dan lopen ze weer langs de rivier, helemaal terug.
Ze eten heerlijk van het vlees van de beer en gaan dan weer slapen. Lucy wordt 's nachts wakker. Iemand roept haar. Het komt van achter de bomen vandaan.
De bomen dansen, ze zijn nog niet helemaal wakker. Dan komt Lucy op een open plek. Daar staat Aslan. Lucy holt naar hem toe en knuffelt hem.
Dan zegt Aslan dat ze tegen de anderen moet zeggen dat ze Aslan moeten volgen. Maar zij kunnen Aslan niet zien.
|
| H11
| Lucy gaat naar de anderen en maakt ze wakker. Ze vertelt dat Aslan er is en dat ze hem moeten volgen. Edmund wil wel mee, maar het duurt even voor de rest ook meegaat. Lucy loopt achter Aslan aan. Zij is de enige die hem kan zien.
Ze gaan weer naar beneden, het ravijn in. Dan steken ze de rivier over . Edmund en Peter kunnen Aslan nu ook zien. Ze klimmen aan de andere kant van het ravijn naar boven.
Dan zien ze dat ze bij de Heuvel van de Stenen Tafel, oftewel de Aslanberg zijn. Susan en de Dwerg zien Aslan nu ook.
Aslan spreekt hen allemaal aan en geeft Trompoen een lesje. Dan moeten de jongens en Trompoen naar de Aslanberg gaan.
Aslan brult en er komen allemaal bomen naar hem en de meisjes toe. Ze zijn nu echt levend. Bacchus en Silenus zijn er ook en overal zijn wijnranken en druiven.
|
| H12
| Ondertussen zijn Peter, Edmund en Trompoen de Heuvel binnengegaan. Ze komen bij de deur van de kamer waar Caspian, Nikabrik, Truffeljager en Doctor Cornelius zijn. Ze horen dat ze ruzie hebben.
Nikabrik gelooft er niks van, dat er nog hulp zal komen. Daarom heeft hij twee vrienden meegenomen: Een heks en een weerwolf. Ze willen de geest van de Witte Tovenares gaan oproepen.
Caspian wordt vreselijk kwaad en het gevecht barst los. De jongens en Trompoen stormen ook naar binnen. Even later zijn de heks, de weerwolf en Nikabrik gedood.
|
| H13
| Ze gaan eerst eten. Dan stelt Peter voor om Miraz uit te dagen voor een duel. Doctor Cornelius schrijft een brief. Edmund, Wimpelveer (de Reus) en Glenstorm (de Centaur) gaan hem naar Miraz brengen.
Twee hoge heren uit het leger van Miraz willen eigenlijk van Miraz af. Daarom zeggen ze tegen hem dat hij het niet moet aannemen, omdat Peter veel sterker is dan hij. Miraz wordt kwaad en neemt het juist wel aan. Dat was ook de bedoeling van de mannen.
Edmund, Wimpelveer en Glenstorm gaan weer terug naar de Heuvel. Alles wordt klaargemaakt voor het duel.
|
| H14
| Dan begint het gevecht. Aan de ene kant staat het leger van Miraz, de Telmarijnen. Aan de andere kant staan de Oud-Narniërs.
Het duel duurt aardig lang. Dan struikelt Miraz. Peter wacht tot hij weer opstaat. Maar dat gebeurt niet, want de twee mannen uit Miraz' leger springen het strijdperk in en zeggen dat Peter Miraz heeft gedood toen die was gestruikeld.
Zelf doden ze Miraz, en dan vallen al de Telmarijnen aan. De Oud-Narniërs vechten hard terug. Dan worden de Telmarijnen heel bang, want alle bomen komen aanlopen. Ze vluchten naar Beruna, maar de brug is weg. Dan geven ze zich over.
De brug is weggehaald door Bacchus. Aslan en de meisjes hebben die dag namelijk veel plezier gemaakt. Ze haalden eerst de brug weg en toen ging de hele stoet naar Beruna.
Overal gingen de ongelukkige mensen en dieren mee. Ook Caspian's oude kinderjuffrouw is erbij. Als de Telmarijnen zich hebben overgegeven, komen ze bij het leger van de Oud-Narniërs.
Ze houden een heerlijk feestmaal en gaan slapen.
|
| H15
| De volgende dag laat Aslan boodschappers rondgaan om tegen alle Telmarijnen te zeggen dat ze voortaan niets meer te zeggen hebben. Ze kunnen naar een nieuw huis gaan.
De Telmarijnen vertrouwen het niet helemaal, maar er komen er toch heel wat.
Op een plek staat een soort deurpost, die nergens naartoe leidt. Als de Telmarijnen daardoor gaan, zullen ze weer in de wereld komen, waar hun voorouders ook woonden. Dat is ergens in de Stille Zuidzee.
De vier Pevensie-kinderen moeten ook weer naar hun eigen wereld. Ze doen hun gewone kleren weer aan en nemen afscheid van iedereen.
Peter en Susan zullen nooit meer terugkomen, dat heeft Aslan gezegd. Ze gaan ook door de deur. Dan zijn ze weer op het station.
"Nou, nou," zei Peter. "Dat was wat."
"Verdraaid", zei Edmund. "Nou heb ik mijn nieuwe zaklantaarn in Narnia laten liggen!"
|