Wat gebeurt er in het boek?
|
| H1
| Jill en Eustaas zitten op een heel vervelende school. Alle kinderen mogen doen wat ze willen en er is een groep die de anderen vreselijk pest. Op een dag zitten ze achter Jill aan. Eustaas ziet haar huilen en vertelt over Narnia. Daar is hij de afgelopen vakantie geweest (De reis van het drakenschip).
Dan komt de hele bende eraan. Jill en Eustaas gaan naar een poortje in de schoolmuur. Dat is open, en als ze erdoor gaan zijn ze in een heel andere wereld. Als ze verder lopen, komten ze bij een afgrond. Jill gaat veel te dicht bij de rand staan en valt bijna. Eustaas grijpt haar vast en valt dan zelf naar beneden. Er komt een leeuw, die tegen Eustaas blaast. Die valt niet meer, maar zweeft verder.
|
| H2
| De Leeuw loopt weer terug, het bos in. Jill heeft erge dorst, dus ze gaat ook naar het bos, om een beekje te zoeken. Dat is er inderdaad, maar de Leeuw ligt er ook. Hij doet haar niks als ze drinkt. Dan vertelt hij dat Jill en Eustaas in Narnia een verdwenen prins moeten gaan zoeken. Ze moeten vier dingen goed onthouden:
- Eustaas zal een goede vriend ontmoeten, die moet hij begroeten.
- Ze moeten naar de Verwoeste Stad van de reuzen gaan.
- In die stad zal een steen zijn met iets erop geschreven. Dat moeten ze doen.
- Ze kunnen de prins herkennen doordat hij hen iets zal vragen in de naam van Aslan.
Dan blaast hij Jill ook weg. Na een paar uur komt ze aan bij de oostkust van Narnia. Eustaas staat daar ook.
|
| H3
| Er vaart net een schip weg, met Koning Caspian aan boord. Die is nu een oud mannetje. Eustaas vindt dat vreselijk, de vorige keer was hij bijna even oud Eustaas. Als Jill dat hoort, weet ze dat ze de eerste aanwijzing gemist hebben.
Glimveer de uil neemt de kinderen mee en ze krijgen nieuwe kleren en heerlijk eten.
|
| H4
| Als Jill naar bed wil gaan, klopt er een uil aan haar raam. Het is Glimveer. Er is een vergadering van de uilen. Glimveer brengt Jill en Eustaas erheen. De vergadering is geheim, omdat Trompoen nu de baas is in Narnia. En die wil niet dat iemand naar de prins gaat zoeken, want er is nog nooit iemand teruggekomen.
Een oude uil vertelt het verhaal van de prins: De Koningin was doodgebeten door een grote slang. Haar zoon, prins Rilian, ging toen op zoek naar die slang. Hij zag een heel mooie vrow in een gifgroene jurk. En op een dag is hij verdwenen. Volgens de uilen is hij vast en zeker door die vrouw betoverd. De uilen durven niet mee naar de Verwoeste Staad, ze zullen Jill en Eustaas naar de moeraswiebels brengen.
|
| H5
| Ze komen bij Puddelglum. Die woont net als de andere moeraswiebels in een wigwam. Daar slapen ze de rest van de nacht.
De volgende dag maken ze kennis met Puddelglum. Hij is een echte pessimist, maar hij wil wel meegaan om Rilian te zoeken. Ze slapen nog een nacht in de wigwam. Dan gaan ze op weg.
|
| H6
| Ze moeten eerst de Schribbel oversteken. Dan lopen ze lang de reuzen. Die zijn heel dom en gelukkig zien ze Puddelglum en de kinderen niet.
Ongeveer 10 dagen zijn ze al aan het lopen door het Veen. Dan komen ze bij een rivier. Er is een reuzenbrug overheen gebouwd. Die steken ze over.
Er komen twee paarden hen tegemoet. Het ene is zwart, en er zit een zwart harnas op. Het andere is wit, met een jonkvrouw met een groene jurk erop. Ze is heel aardig en zegt dat verder naar het Noorden Harfang ligt. Daar wonen aardige reuzen.
Puddelglum twijfelt of de vrouw wel te vertrouwen is, maar Jill en Eustaas willen graag naar Harfang. Daar zullen ze lekker eten krijgen en een warm bed. Na nog een paar dagen zien ze Harfang al liggen.
|
| H7
| Die nacht is het heel erg koud, maar ze verheugen zich al op hun verblijf in Harfang. Het is heel slecht weer, ze kunnen haast niets van het pad zien. Ze lopen tussen grote rotsblokken door.
Jill valt in een geul, die met heel vreemde bochten loopt. Dan zijn ze bij Harfang. Er wonen inderdaad reuzen en ze worden vriendelijk ontvangen.
|
| H8
| Van de koning en de koningin mogen ze blijven. Ze krijgen allemaal een kamer en gaan slapen. Jill wordt verzorgd door een kinderjuffrouw.
De volgende dag zien ze dat de heuvel waar ze op hebben gelopen, de Verwoeste Stad is. Er staan grote letters ingekerfd (de vreemde geulen): onder me. Ze moeten dus onder die stad gaan zoeken. Maar dan zullen ze toch eerst uit Harfang moeten ontsnappen.
De koning en de koningin gaan de hele dag jagen. Zo zullen ze makkelijker een vluchtweg kunnen zoeken.
|
| H9
| Jill doet heel kinderachtig en kan zo heel het kasteel bekijken. In de keuken is een deurtje dat altijd openstaat. Als alle reuzen een middagdutje doen, ontsnappen ze uit Harfang. De jachtstoet komt net terug, en op het nippertje glippen ze een grot binnen. Dat is onder de heuvel van de Verwoeste Stad. Ze lopen een eindje naar binnen, en dan vallen ze in een heel diepe put.
|
| H10
| Daar staat een heel leger Aardmannetjes. Ze zijn allemaal heel droevig. Hun aanvoerder beveelt Jill, Eustaas en Puddeglum om met hen mee te gaan. Ze komen door heel veel grotten, steeds lager.
Dan moeten ze in een schip en varen ze heel lang. Ze komen bij een stad. Het is overal heel donker en niemand praat. De aanvoerder brengt hen naar het kasteel van de Koningin van het Rijk der Diepte.
Ze worden ontvangen door een jonge man. Hij zegt dat hij de Ridder op het zwarte paar was en die groene jonkvrouw de Koningin.
|
| H11
| Hij vertelt ook dat hij elke avond een aanval krijgt. De Aardmannen binden hem dan vast en laten hem uitrazen. De koningin is er nu niet, dus de kinderen en Puddelglum mogen erbij zijn.
De 'aanval' houdt in dat de Ridder zijn verstand weer terugkrijgt. Hij is prins Rilian, en vraagt in naam van Aslan of ze hem los willen maken. Dat was de vierde aanwijzing! Ze maken hem dan ook los.
|
| H12
| Dan komt de Koningin eraan. Prins Rilian zegt dat hij niet meer betoverd is en dat hij naar de Bovenwereld wil.
WORDT VERVOLGD...
|